elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kapotspelen

kapotspelen , kepot sjpuüle , werkwoord , kaartterm , (bep. kaartterm) kepot sjpuüle (zie 'spelen') VB: Es te kepot sjpëuls heuls te alle sjlèg.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kapotspelen , kepotspeule , kapotspelen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
kapotspelen , kepòtspeule , zwak werkwoord , kapotspelen: bij een bep. kaartspel alle slagen halen; Frans Verbunt:  bij het hoogjassen: honderd roem en kapot; kepòtspeule - spulde kepòt - kepòtgespuld; ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij spult kepòt; Cees Robben – Ik speul hartstikke kepot..! (19740614)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal