elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: karrenzeel

karrenzeel , kaorziel , kaoreziel, krooieriem, krooiezele , het , (Zuidoost-Drents zandgebied, Noord-Drenthe). Ook kaoreziel (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), krooieriem (Zuidoost-Drents veengebied), krooiezele (Zuidwest-Drenthe, noord) = zeel over de schouder van de kruier naar de handvatten. Daarmee wordt de kruiwagen omhoog gehouden bij het kruien
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
karrenzeel , kerzèil , zelfstandig naamwoord onzijdig , kerzèilder , - , trekketting , (voor paarden) kerzèil VB: E kerzèil woerd gebruk es trêkkêttel bié 'nne wäoge mêt twie pêrd.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal