elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kattendrek

kattendrek , kattendrėk , mannelijk , kleinigheid.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kattendrek , kattedrek , zelfstandig naamwoord , de; uitwerpselen van een kat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kattendrek , kattendrek , zelfstandig naamwoord , kattenpis , (dat is geen kattepis dat ês gèine kattendrek.; mis (niet mis) gèine kattendrek
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kattendrek , [kattenstront ] , kattedrek , (mannelijk) , 1. kattenstront 2. kleinigheid
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal