elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: keil

keil , keile , borrel
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Winschoter bargoens, in: Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank
keil , kiél , kyl , zelfstandig naamwoord mannelijk , kiéle , kylke , wig , kiél (du. 'Keil') VB: Mêt e kylke de vellinge op 't räod van de honsker vaszitte.; kyl
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal