elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kemel

kemel , kemel , aanduiding dat een dier heel groot is.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kemel , këmel , zelfstandig naamwoord mannelijk , këmele , - , vrouw , (een potige vrouw) këmel; kameel këmel (vero.) Zw: 'nne këmel van e vrommes: een potige vrouw.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal