elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kempzaad

kempzaad , kempzaot , mannelijk , hennepzaad.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kempzaad , kémpzaod , zelfstandig naamwoord onzijdig , - , - , hennepzaad , VB: D'n doévemèilker gaof z'n doéve kémpzaod.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kempzaad , kèmpzaod , zelfstandig naamwoord , hennepzaad, veelal als vogelvoer gebruikt
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal