elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klootzak

klootzak , klootzak , zie: kloot.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
klootzak  , kloeëtzak
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
klootzak , kloôtzak , zelfstandig naamwoord de , Ellendeling, hufter. Vaak werd als reactie op de uitroep ‘kloôtzak’ geantwoord: ‘Je zuster in ’n broôdzak’.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
klootzak , kloeëtzak , lummel.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
klootzak , klootzak , de , domme vent, ook scheldwoord Het is een dom persoon een grote klootzak (Eev), zie ook kloot
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
klootzak , klótzak , klungel , Héij kan goed perleeje mér ge moet’tew aojge niej óp laote liere dur dieje klótzak. Hij kan goed praten maar je moet je zelf niets wijs laten maken door die klungel.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
klootzak , kloetzak , zelfstandig naamwoord mannelijk , kloetzakke/kloetzek , kloetzekske , balzak , kloetzak; sufferd kloetzak
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
klootzak , [klootzak] , kloeatzak , (mannelijk) , klootzak
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
klootzak , kloeëtzak , zelfstandig naamwoord, mannelijk , kloeëtzek , kloeëtzekske , klootzak
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
klootzak , kloeëtzak , klootzak
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal