elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kloppen

kloppen , kloppen , zie: dreikoart, en: stemmen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kloppen , kloppen , (zwak werkwoord, transitief) , Zie de wdbb. – Bij de visserij. Bot kloppen, in de winter klopmolens op het ijs plaatsen, die door hun geklop de bot lokken. Deze wordt dan in de nabijzijnde visbijtjes gemakkelijk gevangen. – Vgl. klopbot, klopmolen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kloppen , kloppen , kloppen Ik méên wel det ’t kloppen! Ik geloof wel, dat het in orde is.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kloppen , kloppe , werkwoord , in de zegswijze dat klopt as ’n swerende vinger, dat klopt precies.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kloppen , kloppe , klopde, haet of is geklop , kloppen; klutsen; vechten. Zich kloppe: vechten. “’t Klop wie ’ne sjwaerende vinger, mẹr ’t deit niet zoon pien” wordt gezegd als het klopt als een bus. ’n Eike kloppe: een eitje klutsen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kloppen , kloppen , klöppen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord). Ook klöppen (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. kloppen Dat ding klinkt hol aj der op kloppen (Nam), Het hart klopt mij in de hals (Sle), Hai stun drok te haanden kloppen om ze warm te krijgen (Rod), Dat klopt as een bus klopt precies (Sle), Dat klopt as ’n zwerende doem, mar het doet niet zo zeer (Zwin) 2. kaartspel, kloppen Ze hebben de hiele middag zitten te kloppen (Eri), ‘Bij het klöppen kreeg iedere speler 3 kaarten. Er konden dus 3 slagen worden gemaakt, waarbij de troeven voorgingen. Het ging van af de heer naar beneden tot de tien. Er werd dus gespeeld met 24 kaarten. De spelen duurden slechts kort en er werd dikwijls vrij grof gespeeld’ (Rui) 3. klutsen Even een aai kloppen (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kloppen , klòppen , kloppen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kloppen , kloppen , werkwoord , 1. kloppen 2. overeen blijken te komen, in orde/correct bevonden worden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kloppen , kloppe , werkwoord , klopde, geklop , kloppen , Zw: Ich kên mich op m'n hert kloppe dat 't zoe good ês aofgeloüpe.; klop dich 'n ejke pomp (loop naar de pomp) klop dich 'n ejke; zich kloppe vechten zich kloppe
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kloppen , klòppe , zwak werkwoord , "kloppen, overeenstemmen; Pierre van Beek – ""Dat klopt als een politiemuts zonder klep."" Een muts kende men vroeger blijkbaar als hoofddeksel zonder klep, waarbij onder klep dan wordt verstaan het stijve gedeelte, dat tot het afnemen dient, zoals men dit aan een pet aantreft. Zou een muts een klep gedragen hebben dan ware ze geen muts meer geweest. Eerst zonder klep was ze als muts in orde. Dan klopte het. (Tilburgse taalplastiek 1 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 4 februari 1950); Pierre van Beek – Van oudere mensen vangt men wel eens op: ""Dat klopt als een zwerende vinger."" Ieder weet, dat een hevig zwerende vinger een pijn veroorzaakt, die op kloppen gelijkt. Erg zweren en dit soort ""kloppen"" is onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Als de vinger flink ""klopt"" is het zweren op zich in orde. Wat niet wegneemt dat de patiënt wel kan menen, dat het met zijn vinger toch helemaal niet in orde is... Het geestige in deze zegswijze is, dat in de uitdrukking het werkwoord ""kloppen"" in letterlijke zin gebruikt wordt terwijl het uiteindelijk een figuurlijke rol vervult. (Tilburgse taalplastiek 1 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 4 februari 1950); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) -  dè klòpt as en pliesiemuts zónder klèp (Pierre van Beek –  Tilburgse Taalplastiek 1964); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) -  et klopt as twaalf aajer meej nen mikken bótteram (Pierre van Beek –  Tilburgse Taalplastiek 1970)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal