elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: armoedje

armoedje , [armoedige] , ermeudje , (onzijdig) , kleine, armoedig uitziende vrouw , Waat ein ermeudje!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
armoedje , ermeutje , zelfstandig naamwoord , ermeutjes , 1. iemand die armoede lijdt 2. armoedig, zielig persoontje ook ozeliƫr, euzelke
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal