elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: banzelen

banzelen , baanzele , banzele , werkwoord , slenteren (Helmond en Peelland); banzele; rondslenteren (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
banzelen , banzele , werkwoord , banzeltj, banzeldje, gebanzeldj , banjere, slenteren zie ook rónjdjwaje, slenjtjere
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
banzelen , bânzele , bânsele , werkwoord , tweede vorm Nederweerts; slenteren
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal