elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bedrijf

bedrijf , bedrief , (= bedrijf), voor: boerderij; ’n groot bedrief hebben = eene boerderij met veel land, vooral bouwland, bezitten; ’n klain bedrief = eene kleine boerderij. Zuid-Nederlandsch bedrijf = hofstede, molen, mijn, het goed dat men bestuurt. Eigenl. = landbouwbedrijf.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bedrijf  , bedrief , bedrijf.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bedrijf , bedrief , zelfstandig naamwoord, onzijdig , opzettelijk drijven, tot iets minder goeds. dat is zin bedrief, daar zit hij achter
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bedrijf , bedroive , zelfstandig naamwoord meervoud , in de zegswijze deur al die bedroive, door al die drukte, door dat alles. | Wai zitte deur al die bedroive nou mit de gebakken pere. – Onder de bedroive, ondertussen. | Ik most onder de bedroive ok nag de joôs nei skoôl brenge.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bedrijf , bedrief , onzijdig , bedrieve , bedrifke , bedrijf.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bedrijf , bedrief , inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie en handel.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
bedrijf , bedrief , het , bedrieven , 1. bedrijf, inz. de boerderij Gienien van de jongs wol op het bedrief (Pdh), Hij hef daor een bedrief van zo’n 30 bunder (Hijk), (fig.) Het was under de bedrieven al elf uur intussen (Eex), Under de bedrieven deur mag ik nog wel geern ies een piepie stoppen (Vri), Tuschen de bedrieven deur kun ik het kind even helpen tussendoor (Sle) 2. deel van toneelstuk etc. Het leste bedrief kwam der niet goed oet (Odo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bedrijf , bedrief , 1. bedrijf. ’t Bedrief hef ’n jaor stille elèègn. 2. schuld. ’t Is zien bedrief, dât de zaekn mis eloopm bint.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bedrijf , bedrief , zelfstandig naamwoord , et 1. boerenbedrijf 2. bedrijf anderszins: voor handel, industrie enz. 3. daden, doen en laten 4. hoofddeel van een toneelstuk e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bedrijf , bedrijf , zelfstandig naamwoord , bedrijve , bedrijfie , [O] zetboer Hij had twêê steeje, opten êêne zattie zellef en opten andere hattie een bedrijf zitte Hij had twee boerderijen, op de ene zat hij zelf en op de andere had hij een zetboer
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bedrijf , bedriéf , zelfstandig naamwoord onzijdig , bedriéver , bedryfke , bedrijf , VB: Ién korte tiéd hèt 'r e goodloüpend bedriéf opgeboûwd. Zw: Oonder dat bedriéf: intussen.; oonder dat bedriéf intussen oonder dat bedriéf VB: En oonder dat bedriéf môs ich oüch nog zörge dat aal 't wérk gedoën woerd.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bedrijf , bedrief , (zelfstandig naamwoord) , bedrijf.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
bedrijf , bedrief , 1. bedrijf; 2. schuld, verantwoording (Hattem).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
bedrijf , bedrief , (onzijdig) , bedrieve , bedriefke , 1. bedrijf, zaak 2. drukte
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bedrijf , bedrf , bedrief , zelfstandig naamwoord , bedrieve , bedriefke , bedrijf
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
bedrijf , bedriêf , zelfstandig naamwoord, onzijdig , bedriêve , bedriêfke , bedrijf
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
bedrijf , bedrie~f , bedrie~ve , bedriefke , bedrijf
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal