elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bezetter

bezetter , bezetter , de , bezetters , 1. bezetter 2. bezweerder, strijker De ole Russche giet wied vort hen bezetten. Hij is een bekende bezetter (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bezetter , bezètter , zelfstandig naamwoord , bezètters , bezètterke , 1. bezetter 2. stukadoor
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal