elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: binnentas

binnentas , binnetès , v , binnenzak.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
binnentas , binnentas , zelfstandig naamwoord de , Binnenzak. | Ik hew ’n jas mit twei binnentasse.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
binnentas , bénnetėsj , vrouwelijk , bénnetésje , binnenzak.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
binnentas , binnetès , binnenzak. hij hènen tiek in z’n binnetès, hij heeft een knikker in zijn binnenzak.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
binnentas , binnetès , binnenzak
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
binnentas , bènnetes , (vrouwelijk) , binnenzak , Staek dich det mer in dien bènnetes.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
binnentas , bènnetés , zelfstandig naamwoord , bènnetésse , bènnetéske , binnenzak
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal