elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: boekeskoek

boekeskoek , bokeskook , zelfstandig naamwoord , bokeskeuk , bokeskeukske , pannenkoek, gemaakt van boekweitemeel; boekweitekoek; raummèlk en bokeskook, det duit Sint Merte good – vette melk en pannenkoek van boekweitemeel doen Sint Maarten goed (met Sint Maarten, 11 november, begon men gewoonlijk 'bokeskook' te bakken); alles op ziene td en bokeskook inne hèrfst – alles op z'n tijd, zoals het eten van boekweitekoek in de herfst
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal