elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: brokken

brokken , brokke , brokde, haet of is gebrok , brokken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Brokken , brokke , zelfstandig naamwoord , scheldnaam voor inwoners van Puttershoek
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
brokken , broeke , werkwoord , broektj, broekdje, gebroekdj , 1. morren 2. tobben
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
brokken , brókke , werkwoord , mokken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
brokken , bròkke , zwak werkwoord , brokkelen; Mar ons moeder had ok nòg wè in de pap te bròkke. (Ed Schilders; Wè zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal