elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: brouwer

brouwer , bräuer , mannelijk , brouwer
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
brouwer , bruuer , mannelijk , bruuesj , brouwer. Woo de bruuer kump, broek de bėkker niet te kómme: van veel bier drinken wordt men dik.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
brouwer , brouwer , bierbrouwer. Jaonus, gôdde gij bij d’n brouwer ’s een tùnneke Faro-bier haolen, Jan, ga jij bij bierbrouwer van de Ven eens een vaatje Faro-bier halen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
brouwer , braauwer , brouwer , Mi de kèrmus hôj d’n braauwer 't druk, héij reej midderhôst van kefeej nôr kefeej. Met de kermis had de brouwer het druk, hij reed inderhaast van café naar café.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
brouwer , brouwer , zelfstandig naamwoord , de; bierbrouwer
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
brouwer , brouwer , zelfstandig naamwoord , de; iemand die de huig-r spreekt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
brouwer , broûwer , zelfstandig naamwoord mannelijk , broûwers , - , brouwer , VB: Ién 't hoés van Zjoke Reintjens zaot vreuger 'nne broûwer. Zw: Oe de broûwer kömp hôf de bekker neet te koëme: bier vervangt de maaltijd.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
brouwer , dun bróúwer , bierbrouwer
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
brouwer , brèùwer , brôwer , brouwer , Wor d’n brèùwer zit, kan d’n bakker nie zén. Waar de brouwer zit, kan de bakker niet zijn.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
brouwer , broewer , bruier , (mannelijk) , broewers, bruiers , broewerke, bruierke , brouwer, bierhandelaar , Woea de bruier is, hooftj de bekker neet te zeen: bier is voedzaam.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
brouwer , broewer , zelfstandig naamwoord , broewers/bruiers , broewerke/bruierke , brouwer ook bruier; bruier brouwer ook broewer zie ook bekker
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
brouwer , braawer , zelfstandig naamwoord , "bierbrouwer; LDM: In onze schooljaren hebben wij ooit gehoord of gelezen, dat er een tijd was, waarin Tilburg 63 brouwerijen telde. Wanneer dit geweest is, hebben wij niet kunnen achterhalen; ook het Gemeente-archief verstrekte ons hieromtrent geen gegevens. Wel kregen we van de heer Schurink enige lijsten ter inzage van bestaande brouwerijen in de jaren 1690-1696. In 1694 bijv. waren hier 28 brouwerijen, waarvan enige waren aangegeven als ""huisbrouwerij"", de overige als coöp. brouwerij. De eerste brouwden dus voor eigen huishouden met dienend personeel, de andere natuurlijk ook voor eigen gebruik en tevens voor de verkoop. (…) Met deze 28 zijn we echter nog lang niet aan de 63. Bij de toename der bevolking is echter waarschijnlijk ook het getal brouwerijen wel gestegen. Een oud-Tilburger, die er ook iets van weten kon en bij wie wij daarom eens informeerden, vond dit getal 63 absoluut niet onaannemelijk, zelfs zeer goed verklaarbaar, want men moet hierbij niet vergeten, dat koffie en thee toen hier nog totaal onbekend waren. Deze dranken zijn hier pas ingeburgerd na de oprichting der Oost-Indische Compagnie en er kan nog een hele tijd verlopen zijn vooraleer het de volksdranken zijn geworden. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 8 ‘Oude brouwerijen in Tilburg’; NTC 23-6-1951) (…) Nu we toch hierover bezig zijn, willen we nog even de brouwerijen die we in Tilburg gekend hebben de revue laten passeren.1. Aan de Heikant bij de ingang der Heikantse Baan de firma Witlox.2. Aan het Goirke hoek Kasteeldreef Jan de Kanter, tevens koster.3. Aan de Veldhoven C. van Roessel, brouwerij ""De halve Maan"" tevens handelsmouterij.4. Aan de Bosscheweg rechts over de Kanaalbrug brouwerij ""De Kroon"" met mouterij. De eerste hiervan staat er nog, maar zal wel van bestemming zijn veranderd. Tijdens de oorlog 1914-1918 deed ze nog dienst als groente-drogerij.5. Aan de Lovensestraat heeft de heer v. Tulder nog een brouwerijtje gebouwd, maar of er ooit bier gemaakt is betwijfelen wij sterk. Het gebouw bestaat nog en is te vinden op het terrein van de steenkolenhandel der firma Van Ierland .6. Aan de Bosscheweg ter hoogte waar nu fraterhuis en -school staan, firma v. Roessel, brouwerij ""Het Anker"". Deze heer woonde echter op de Heuvel naast de kerk en had ook café, het tegenwoordige ""l'Industrie"" .7. Aan de Bredaseweg, waar nu is gevestigd melkhandel firma v. Thiel, voordien de graanhandel firma Gebr. Majoie, was de brouwerij van de heer van den Boer .8. Eveneens aan de Bredaseweg, tegenover het missiehuis, heeft Henri de Kanter, zoon van Jan (zie nr. 2), ook een brouwerij gebouwd. Hiervan zouden we hetzelfde kunnen zeggen als van nr. 5. Heden is er in gevestigd de garage van de heer Strijbosch .9. Aan het Korvelplein brouwerij ""De Posthoorn"", erven A.H. v. Roessel. Deze A.H. van Roessel was een broer van brouwer C. v. Roessel aan de Veldhoven (zie nr. 3). Op Korvel was ook een mouterij voor eigen gebruik .10. Brouwerij ""De Schaapskooi"", ook met eigen mouterij .Dan waren er nog een paar andere, die echter geen Coopbrouwerijen waren, dus uitsluitend dienden voor eigen gebruik. Wellicht bestaan ze nog, namelijk bij de Eerw. Paters Capucijnen Korvelseweg en de Eerw. Paters Missionarissen aan de Bredaseweg .Buiten deze Tilburgse brouwerijen leverden nog verschillende andere brouwers hier hun product, o.a. die van Hilvarenbeek, Baarschot (onder Diessen), Middelbeers, Vessem en misschien nog andere. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 9 ‘De brouwerij van vroeger’; NTC 1-8-1951); Van Rijen (1998): brouwer; Van Rijen (1998): 'Wòr den braawer zit, kan den bèkker nie zèèn. - Als je veel gedronken hebt, hoef je niet meer te eten.'; Buuk - bierbrouwer, maar ook wel leverancier van dranken (in 't algemeen)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal