elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bruidskleed

bruidskleed , broédsklèid , zelfstandig naamwoord onzijdig , broédsklyjer , broédskledsje , bruidsjurk , VB: Dat broédsklèid haw wol e päor knabbe gekos, dat zaogs te zoe.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bruidskleed , broedskleîd , broedskleid , zelfstandig naamwoord , broedskleier , broedsklètje , trouwjurk, bruidsjurk
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
bruidskleed , broe~dskleid , bruidskleed; trouwjurk
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal