elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Bube

bube , boep , mannelijk , boebe , buupke , jongen van 10 à 12 jaar. ’ne Vréche boep: een brutale jongen. ’nen Astrante boep: een lastig en vervelend joch.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Bube , böb , zelfstandig naamwoord , böbke , jongen (ongunstig) (Duits: Bube)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal