elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: couch

couch , koes , zelfstandig naamwoord de , Slaapstee op de koegang. Uit Frans couche = legerstede, bed. Hiernaast komt onder invloed van het woord koets ook de vorm koets voor in de zin van slaapstee, bed.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
couch , koutsj , (vrouwelijk) , (Duits) rustbank, divan , Zich tösse de middag ein eurke oppe koutsj lègke.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
couch , kaûtsj , kautsj , zelfstandig naamwoord , kautsje , kuitsjke , ligbank, divan (Duits: Couch)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal