elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: die hij

die hij , dae der , dae ter , betrekkelijk voornaamwoord, mannelijk , 1. die hij: de mins dae der gezeen hiët – de man die hij gezien heeft 2. die er: de mins dae der is gewaesjtj – de man die er is geweest ook dae ter
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
die hij , die der , betrekkelijk voornaamwoord, vrouwelijk , 1. die hij 2. die er ook die ter
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal