elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: doggerd

doggerd , dogge , doggerd, doggel , doggen , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook doggerd (Zuidoost-Drents zandgebied), doggel (Kop van Drenthe) = sufferd, lomp, niet al te schrander persoon of dier Die jong kriej gien drokte met, dat is zo’n dogge (Oos), Het is wat een dogge van een pjèerd loom, lui (Die), als scheldwoord Blief van mij of, dogge (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
doggerd , dogke , kinderen (ongunstig) zie ook baze, pt
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal