elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: donderbloem

donderbloem , donderbloeme , zelfstandig naamwoord , de 1. fluitekruid 2. zwanebloem
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
donderbloem , donderbloem , zelfstandig naamwoord , klaproos (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
donderbloem , dónderbloom , zelfstandig naamwoord , dónderblome , dónderbleumke , valeriaan (Valeriana officinalis) ook duvelsdrek zie ook kroedwès
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal