elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: doodhouwen

doodhouwen , doodhouwn , werkwoord , doodslaan
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
doodhouwen , doodhouwen , zwak werkwoord, overgankelijk , doodslaan, (zelfst.) Die vent is zo slecht, die is gien doodhouwen weerd (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
doodhouwen , doodhouwen , werkwoord , doodslaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
doodhouwen , doeëdhauwe , werkwoord , hauwtj doeëd, hauwdje doeëd, doeëdgehauwdj , doodslaan ook kepothauwe
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal