elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duivelsdrek

duivelsdrek , duvelsdrek , het , 1. gomhars, Asa foetida Duveldrek weur gebruukt um een bije uut de boom te halen (Zdw), ...was geneesmiddel tegen droes (Row), ...middel tegen kaalverziekte (And), ...weur over de pieren daon, dan wolden de vissen beter bieten (Geb), ...smeerden de vrouwlu an de tepels, as het kind an de börst mus (Ndo) 2. plant, wolfsmelk, Euphorbia (Zuidwest-Drenthe, zuid)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
duivelsdrek , duveldrek , duvelsdrek, duvedrek , zelfstandig naamwoord , de, et 1. mengseltje van bep. kruiden dat men in een zakje om de hals bij zich droeg (of in een jas- of broekzak) en dat volgens de overlevering de drager behoedde voor onheil, ook in andere toepassingen, bijv. bij vee 2. schertsend: zalfje waarvan men de naam niet kent 3. bep. soldeerwater
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
duivelsdrek , [valeriaan] , duvelsdrek , valeriaan (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
duivelsdrek , duvelsdrek , valeriaan (Valeriana officinalis) ook dónderbloom zie ook kroedwès
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal