elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duizelachtig

duizelachtig , duuzelėchtich , duuzelėchtigger, duuzelėchtichste , duizelachtig.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
duizelachtig , [duizelig] , dazelechtig , duizelig , Dazelechtig zeen.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
duizelachtig , duzelechtig , gevoel van duizeligheid , Ich bèn duzelechtig.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
duizelachtig , dazelechtig , bijvoeglijk naamwoord , dazelechtige , wankel, onzeker, zwak; dazelechtig oppe bein – niet vast ter been
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal