elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Frans

Frans , Frans , (bijvoeglijk naamwoord) , vgl. Frans jassen op jassen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
Frans , Fraons , Frans. Trauen in de Fraonse wet: trouwen onder huwelijkse voorwaarden.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
Frans , fraanse , dr komt nog fraanse daage vuur oe, je zult er nog wel van lusten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
Frans , Frėns , Frėnske , Frans.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Frans , Frans , Frans. Zich de kop wèsje mit Franse brandewien: het hoofd met Franse brandewijn wassen tegen onreinheden; pimpelen. ’t Franse klooster: Sittards ziekenhuis “de Goddelijke Voorzienigheid” (in 1904 gebouwd door Barth. Muyres). Zich urge mit de Fra
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Frans , Frans , Fraans , (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën). Ook Fraans (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) = 1. Frans Ik kan niet komen, want ik heb Fraans Franse les (Bro), Hij redt zich al goed met Frans spreken (Dro), Wij gungen vroeger naor de Fraanse les. Mien va zee: laot hum mar een bekvol Fraans leren (Dwij), Daor is gien woord Fraans bij het is heldere taal (Een), De Stapperster varkenkopers proot Stapperst Fraans (Bro) 2. onbegrijpelijke taal (Zuidwest-Drenthe, zuid) Het was veur mij Fraans, wat as hij zee (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Frans , Frans , persoonsn. Een vrolijke Frans een vrolijke manspersoon (Schn)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Frans , Frans , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Var. als bij Frans I = 1. uit Frankrijk afkomstig Hij mit zien snorregien, hij döt wat Fraans an (Mep), Het wordt hoe langer hoe meer moede, um Frans te eten (Noo), De Franse taal, ... les (Dwij), ...piep bep. soort tabakspijp (Wes), ...schoele voorloper van de mulo (Noo), ...biggen spottend gezegd van kinderen die de Fraanse schoele bezochten (Noo), De Franse stand en Frans staon gezegd van een paard dat de tenen min of meer naar buiten gedraaid heeft, een afwijking die ook bij andere dieren voorkomt, bijv. bij honden Peerden mit Fraanse voeten (Smi), Oes peerd hef last van de Franse stand (Gro), Dat peerd stiet Fraans op zien poten (Dro), Dat peerd moej vortdooun, het lop ja zo Fraans as wat (Eex), Hij deu het met de Franse slag oppervlakkig (Bov), Franse gelen aardappelras (Geb), ook Franse eerpel (Nor) en Fransen (Noord-Drenthe) 2. vreemd, niet eigen (Midden-Drenthe) Kinder kriegt asmangs een gril dat ze alles op batterij haolt, mor speulen der met en het weer opbaargen is Fraans is er niet bij (Eex), Het leren is Fraans mit hum daar komt niets van terecht (Bor), Zien praoten is Fraans gaat moeilijk (Coe), Het was vandaoge weer Frans mit hum, het lukte weer niet (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Frans , Fraans , zelfstandig naamwoord , et 1. Frans 2. onbegrijpelijke taal
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
Frans , fraans , zelfstandig naamwoord onzijdig , - , - , frans , (taal) fraans VB: Ich been Fraans aon 't liere oppe sjaol ién Voere. Zw. Fraans kalle wie 'n koo dy sefraon vrit (knawelt): slecht Frans spreken. Zw: Dao ês gèi woerd fraans bié: duidelijke, onverbloemde taal.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
Frans , Frens , Frenske , Frans
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
Frans , fraans , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , "frans; Van Delft - ""Daor ies gin woord Fraansch bij"" zegt men bijv. als iemand nogal in grove taal uitpakt, of ""er een knoop oplegt"". De Vlaming zegt hiervoor: ""Dat is plat Vlaamsch"", d.w.z. dat is onbewimpelde taal, dat is duidelijk gesproken. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); WBD fraans staon - (v.e. paard) met de hoeven naar buiten gekeerd staan; WBD III.2.3:272 'een Franse' = brandewijn"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal