elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: grootouders

grootouders , grootaolders , grootaolden , Ook grootaolden (Zuidoost-Drenthe) = grootouders Hij hef zien grootaolden nich meer kend (Bov), Grootaolders wordt tegenwoordig haost niet mèer vernuumd (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
grootouders , [grootouders] , groeataojers , grootouders
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
grootouders , groeëtaojers , grootouders
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal