elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: halferse

halferse  , halferse , boerin met veel rokken aan.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
halferse , halfẹsje , haufẹsje , vrouwelijk , pachtersvrouw; zwaargebouwde vrouw.; haufẹsje pachtersvrouw; zwaargebouwde vrouw, log mens.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
halferse , alfesje , mannelijk , boerin, echtgenote van “alfe”, zie daar
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
halferse , [vrouw van pachter] , halferse , (vrouwelijk) , vrouw van pachter
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
halferse , halfe(r)se , zelfstandig naamwoord , halfeses , vrouw van een halfe(r)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal