elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hebbes

hebbes , hebbes , uitroep in de zin van: die of dat heb ik te pakken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
hebbes , hebbes , tussenwerpsel , daar heb ik/heeft hij enz. het te pakken, de, bijv.; in Die gaot et om de hebbes die persoon is erg hebzuchtig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hebbes , hebbes , habbes , tussenwerpsel , ik heb je beet Hebbes! Daar heb ik je te pakken!; Da’s habbes [O] Ik heb tien euro gehad, da’s habbes! Ik heb tien euro gekregen, die is binnen!
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
hebbes , höbbes! , hebbes!
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal