elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: herkrijgen

herkrijgen , herkriege , herkreech zich, haet zich herkreege , zich herkriege, zich herkrijgen, samenrapen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
herkrijgen , herkriëge , hersteld , (na ziekte) zich herkriëge; opgeknapt (na ziekte) herkriëge (zie 'krijgen')
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
herkrijgen , [herstellen ] , herkriege , 1. herstellen van ziekte 2. weer op krachten komen, zie ook herkómme zich
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
herkrijgen , herkriege, zich , werkwoord , herkriegtj, herkreeg, herkrege , herstellen, beter worden, opleven
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal