elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hierher

hierher , hierheer , hiereer , naar hier: hij komt hierheer = hij beweegt zich in de richting van den spreker, hij komt hierheen. Kil hierher, Hoogduitsch hierher, hieher, Engelsch, hither. (De uitlating der h hoort men in dit woord ook daar, waar men niet aan het euvel, vermeld onder art. h, mank gaat; in Veendam, enz. zegt men: iereer) Zie: heer 1.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hierher , [hierheen] , hiehaer , hierheen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
hierher , hiehaêr , hiehaer , hierheen ook hiejer, hiejerop, hiejeroppes, hiejopaan, hiër, hiërop, hiëroppes
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
hierher , heejhaer , bijwoord , (Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern)) hierheen; hî-jhaêr(Nederweerts, Ospels) hierheen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal