elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hierop

hierop , hierop , bijwoord , hierop Ik wete niet wa’k hierop zeggen mutte (Ruw), Hierop is niks an te marken (Klv), Dat deksel heurt hierop (Nam)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hierop , hierop , tussenwerpsel , commando aan lijnpaard Ook ho-bij
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
hierop , [hierheen] , hierop , hieroppes , hierheen , ‘Geis se hierop?’ ‘Nae, ich mót daorop.’: ‘Ga je deze kant uit?’ ‘Nee, ik moet die kant uit.’ Sjuuf ins get hierop.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
hierop , hiejerop , deze kant uit ook hiehaêr, hiejer, hiejeroppes, hiejopaan, hiër, hiërop, hiëroppes
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
hierop , hiëroppes , deze kant uit ook hiehaêr, hiejer, hiejerop, hiejeroppes, hiejopaan, hiër, hiërop
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
hierop , heejerop , heejeroppes , bijwoord , (Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern)) hiernaartoe
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal