elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hompelman

hompelman  , hampelman , stroopop, ook clown.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
hompelman , hâmpelmân , steunteler.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
hompelman , hampelman , hoempelman , zelfstandig naamwoord , de; onhandige persoon, geen vakman
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hompelman , [onhandige man] , hampeleman , (mannelijk) , onhandige man, stoethaspel , Waat bès se toch einen hampeleman!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
hompelman , hampeleman(ne) , zelfstandig naamwoord , hampelemen , hampelemenke , klungelaar
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
hompelman , hampeleman , stuntelaar
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal