elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: honderd

honderd , honderd , (telwoord) , honderd.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
honderd , hōnderd - ijn , in: ’t is hondert om ijn, (bv.) dat hij komt, enz., eigenlijk = er zijn honderd kansen tegen, één voor, dat hij komt, zooveel als: er is zeer weinig kans. Nederlandsch ’t is honderd tegen één.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
honderd , honderd , (telwoord) , Zegsw. De boel in ’t honderd gooien (of schoppen), alles in de war brengen. Evenzo elders gebruikelijk. Vgl. ook Oost-Fri. de bûdel in ’t honderd jagen (KOOLMAN 2, 115). – Kieft in ’t honderd, basterdvloek. Vgl.: kootje in het honderd, HARREBOMEE 1, 323; ’t was stok in ’t honderd (van iemand, die slaag heeft uitgedeeld in een gelagkamer), VAN VLOTEN, Ned. Kluchtspel2, 3, 277; in het honderd schieten, enz. – ’t Is honderd wonder, ’t is een groot wonder, ’t is buiten verwachting. || ’t Is honderd wonder, dat-i geen ongeluk ’ekregen heb. ’t Is honderd wonder goed of’elopen. Ook elders bekend; in Friesl. duizen wonder(s). – Zie verder groot honderd op groot.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
honderd , honderd* , Nederlandsch “honderd tegen een.”
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
honderd , nummer honderd , v , wc
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
honderd , hóndert , honderd. “Den hónderste ként ’t sefraon aete” of “’t klómpemaake neit” wordt gezegd van iemand, die groot vertoon maakt, terwijl men niet weet, hoe hij aan de middelen komt. “En hóndert is gein ein” wordt gezegd, als men geen eind aan
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
honderd , hóndert , honderd.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
honderd , hond , zelfstandig naamwoord , honderd *roei ; 1/7 hectare (KRS: Bunn; LPW: Lop) Zie hoofdstuk 4, punt 14: oppervlaktematen .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
honderd , honderd , telwoord , honderd Hij weug mor good honderd pond meer (Die), Hie kreeg honderd gulden in haand drukt (Eex), Ik kreeg der twie-en-half honderd veur (Pdh), Vief procent is vief ten honderd (Hoh), Hij löp, donk mij, mooi naor de honderd (Ruw), Hij praot honderd uut (Klv), Hie lop ’t honderd oet, mor kan ’t niet kriegen loopt er erg achteraan (Sle), Honderd um eein geit het feest niet deur ik weet bijna zeker (Nor), Da’s honderd om ein dat is een wonder (Row), Het zit hiel in ’t honderd in de war, door elkaar (Bor), Dat lop in ’t honderd (Bui), ...in de honderd (Ros), De boel in ’t honderd sturen (Pdh), ...jaogen (Ros), ...gooien (Sle), ...laoten lopen (Geb), Hij möt even hen nummer honderd naar de wc (Man), ’t Honderd was vol de maat was vol (ov) *Honderd Driet in de pot dat ’t dondert (Dwi), ...schiet je in de boks dat het dondert (Bal), ...schit in de pot dat het dondert (Pei); Honderd is der maor iene gezegd naar aanleiding van grote aantallen (Dwi); ’t Honderd is vol/Jan wordt dol (Row); Honderd en ’n boksem vol als men het niet precies wil zeggen (Row), Honderd pond en een boender spottende gewichtsaanduiding (Nam); 100 Meisters, 99 gekken (Hgv); Zeg ies honderd. Honderd. Ie bint mit de meid van het bed ofdonderd (Hoh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
honderd , onderd , honderd
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
honderd , honderd , uitdrukking , Onder ‘t honderd lôôpe Opgaan in de massa De koeie liepe onder ’t honderd met andere koeie in de waai van de buure De koeien gingen in de wei van de buren op in de groep van de andere koeien
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
honderd , onderd , (telwoord) , honderd.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
honderd , hóngerd , honderd , ... en hóngerd is gein ein!: dooddoener.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
honderd , hóngerd , hóngerdje , honderd; en hóngerd waas gein ein – en er waren honderd-en-een opmerkingen, er was eindeloos commentaar
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
honderd , hóngerd , telwoord , honderd
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
honderd , hóngerte , telwoord , honderden
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
honderd , honderd , telwoord , honderd; gezegde: Hónderd óp enen hôop - te veel om op te noemen (?); Cees Robben: Dieje meens is al meer as hónderd jaor dôod. Brabantse spreekwoorden (Mandos): oover honderd jaor hèbbe we tòch ene gèètekòp (Pierre van Beek – Tilburgse Taalplastiek 1970) - over honderd jaar zijn we allemaal dood; WBD riet van hónderd (II :10l7)- riet van honderd: rietkam met honderd rietstaven per kwart el (l7 1/2 cm); Henk van Rijen: 'In-t volle hondert' - In het openbaar
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal