elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hooiwagen

hooiwagen , heuwoagen , (Oldampt, Westerwolde, Fivelgoo) = hooiwagen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hooiwagen , hoiwaoge , m , langpootspin.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
hooiwagen , huiwaage , mannelijk , huiwaages , huiwaegeske , hooiwagen; strandwagen; langpootmug, bastaardspin Opilionidea.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hooiwagen , hòjwaage , spin met lange poten.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
hooiwagen , heujwaegen , 1. langpootmug. 2. hooiwagen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
hooiwagen , heujwaeng , 1. langpootmug; 2. hooiwagen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
hooiwagen , heuiwagen , de , (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = 1. gewone boerenwagen, geschikt gemaakt voor het binnenhalen van hooi, z. ook zaodwagen 2. langpootmug
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
hooiwagen , hòiwagen , 1) wagen om hooi te vervoeren; 2) langpotig, spinachtig dier.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
hooiwagen , hujwaegen , zelfstandig naamwoord , de; wagen waarmee men hooi vervoert
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
hooiwagen , hojwaage , 1.hooiwagen; 2. langpotig insect (spin)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
hooiwagen , euiwaegen , (zelfstandig naamwoord) , 1. hooiwagen; 2. bep. soort spin.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
hooiwagen , hojwâge , langpootmug, hooiwagen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
hooiwagen , heujwagen , heujwaogen, huujwagen , hooiwagen, langpootmug (opilio parietinus).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
hooiwagen , huiwage , (mannelijk) , 1. hooiwagen 2. insect, langpootmug
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
hooiwagen , huijwage , zelfstandig naamwoord , huijwages , huijwaegeske , 1. wagen waarmee hooi wordt vervoerd 2. hooiwagen (insect) (Opilio parietinus) 3. duizendpoot (insect) (Lithobius forficatus)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
hooiwagen , hoeëjwage , zelfstandig naamwoord, mannelijk , hoeëjwages , hooiwagen, langpootmug, spinnensoort
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
hooiwagen , huiwage , huiwages , langpootmug
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal