elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: jats

jats , op jats zién , stap , (flink op stap gaan); op jats zién VB: Noets ês ze aon de kraom, altiéd op jats.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
jats , [weg zijn] , jats , altijd weg zijn, zie ook jak , Altied op jats zeen.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
jats , [uithuizige vrouw] , jats , (vrouwelijk) , uithuizige vrouw
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
jats , jats , op jats gaôn/zeên – op sjouw gaan/zijn
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal