elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: jawel

jawel , jawôl , jawal , (bijwoord) , jawel. (jawal Wintersw.)
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
jawel , jewool , (Westerwolde) = ja, ’t Hoogduitsche jawohl. Oostfriesch jawal.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
jawel , jaowal , [jǭwa] , jawel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
jawel , jewol , jawel
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
jawel , jaowaal , jawel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
jawel , joawè , 1. jawel (positief bedoeld: accoord). 2. jawel (negatief bedoeld: dat had je gedacht!). 3. aarzelende reactie in de zin van dat het ja en nee kan zijn.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
jawel , jaowal , bijwoord , Ook zonder l uitgesproken (Zuidoost-Drents zandgebied) = jawel O jawal jong, dat doe ik wal even (Zwig), Koj vanaovend met? Jaowal! (Sle), Jawal, wij bint er wal veur (Scho)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
jawel , jaowel , jawel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
jawel , jawel , 1. jawel; 2. Gunninks woordenlijst van 1908: dat kun je denken!
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
jawel , jaowel , bijwoord , 1. gezegd ter goedkeuring, bevestiging, instemming 2. zeker wel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
jawel , jaowè , (bijwoord) , jawel, versterking van ja.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
jawel , uuvèl , tussenwerpsel , jazeker (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
jawel , jaowaal , jawel , Jaowaal, ich kóm!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
jawel , jaowaâl , jaowaal , jawel soms aowaâl; aowaâl (soms) i.p.v. jaowaâl
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
jawel , jaowaal , jewaal, jaowul , tussenwerpsel , jawel
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal