elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: karrenschop

karrenschop , karsjóp , gebouw of afdak voor karren, wagens en/of werktuigen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
karrenschop , [afdak ] , kerresjop , (mannelijk) , afdak voor karren en andere landbouwvoertuigen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
karrenschop , kerresjop , zelfstandig naamwoord , kerresjöp , kerresjöpke , open schuur voor de karren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal