elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kats

kats , kats! , kats! kats! kats! , tusschenwerpsel, uitroep om eene kat te verjagen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Kats , Kats , (zelfstandig naamwoord) , (meerv.?). Plaatsbenaming te Oost-Zaandam. Thans onbekend. || Omtrent die tijdt (a° 1573) zijn se eens gevaren de Zaan langs tot aan de Kats, in Oost-Saardam, omme den vijandt aan den Dam te verlakken, en eenig af-breuk te doen, SOETEBOOM, S. Arc. 546. In een Hs. Kaartboek van de Oostsijdt van Saerdam (a° 1684), Zaanl. Oudhk., vindt men tussen het Knijnepad en het Groote Glop een perceel aangeduid als “Cornelis Dirckse grofsmit inde Kats”. Op de tekening verschilt dit perceel echter niet van de belendingen; wellicht was de Kats dus de huisnaam Verder is van de benaming niets bekend; zij heeft natuurlijk niets te maken met het aan de andere kant van de Dam gelegen Kattegat.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kats , kàts , bijwoord , volkomen, helemaal
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kats , kats , blut, een kater hebben Ik bén, bin, zie kats Ik heb een kater. [Box]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kats , kats , totaal, helemaal.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kats , katsj , katsjer, katsjte , piepjong, pas uit de dop; jong groen; groen en onvolwassen. Doe bës noch te katsj daoveur: daarvoor ben je nog te jong.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kats , [uitroep] , kääts , uitroep om een poes weg te jagen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kats , kaats , kaatsj, kats, kaets, katse, kaatse, ketse, kitse, , tussenwerpsel , (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe). Ook kaatsj (Zuidwest-Drenthe, zuid), kats (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), kaets (Zuidwest-Drenthe, noord), katse (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drenthe), kaatse (Zuidoost-Drents zandgebied), ketse (Zuidoost-Drents zandgebied), kitse (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe), kits (Zuidwest-Drenthe, noord, Zuidoost-Drents zandgebied), kitsj (Zuidwest-Drenthe, zuid), kars (Midden-Drenthe), kets (Zuidwest-Drenthe, noord), kts (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), kst (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = geroepen om een kat weg te jagen Kaats smerige katte donder mar gauw op! (Hav), Kats zits mij weer bij de worst te vreten (Dro), ook de kat zelf Gao weg katse gemiene rover (de)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kats , kats , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = totaal Wij hebt een nei kezien in de kamer ekregen het olde was kats verrot (Dwij)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kats , [geheel] , kats , (bijwoord) , totaal, geheel, finaal. IJ was kats kepot.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kats , [kattig meisje] , kets , (vrouwelijk) , ketse , ketske , kattig meisje , Die kets stuiktj ederein get op en den is ze t’r tössenoet.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kats , [onvolwassen] , katsj , onvolwassen , Det jungske is nog katsj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kats , katsj , zelfstandig naamwoord , kadzje , vogeljong, nestvogel; kaal katsj – nestvogel zonder veren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kats , kets , zelfstandig naamwoord , ketse , ketske , 1. vrouw die constant op sjouw is 2. kattig meisje 3. meisje dat veel achter de jongens aanzit
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kats , kats , bijwoord , vreemd; De Wijs  – 'k weet nie wè gij ervan denkt mar ik vèèn ’t mar ’n kats gezicht (23-10-1963); Cees Robben – Ik vèèn ’t mar ’n kats gezicht  (19640207)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal