elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ketser

ketser , ketser , m , ketsers , knikkersoort.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
ketser , kitser , zelfstandig naamwoord de , 1. Bal of keu die ketst (biljartterm). 2. Iemand die het laat afweten, mislukkeling.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ketser , [schampschot ] , ketser , (mannelijk) , ketsers , ketserke , 1. hardloper 2. afglijder, schampschot 3. aansteker met vuursteentje 4. favoriete knikker
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ketser , ketser , zelfstandig naamwoord , ketsers , ketserke , sigaren-/sigarettenaansteker
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
ketser , ketser , zelfstandig naamwoord, mannelijk , ketsers , ketserke , aansteker, knikker
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
ketser , ketser , ketsert , zelfstandig naamwoord, mannelijk , ketser(t)s , ketserke , rokkenjager
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal