elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kettingcarrousel

kettingcarrousel , [kettingcarrousel] , kèttingkerresel , (vrouwelijk) , kettingcarrousel , Pak ’m nog ins efkes inne henj, de zwingel vanne kèttingkerresel.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kettingcarrousel , kèttingkerresel , zelfstandig naamwoord , kèttingkerresels , kèttingkerreselkes , zweefmolen (Duits: Kettenkarussell) ook zweefmäöle
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kettingcarrousel , kéttingkerresjel , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kéttingkerresjelle , kéttingkerresjelke , zweefmolen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal