elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kleinste

kleinste , klènste , kleinste
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kleinste , kleinste , 1. kleinste 2. jongste van een gezin met kleine kinderen; is det de kleinste? – is dat de jongste?
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal