elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kloris

Kloris , Kloris , persoonsnaam. Ook voor vrijer in ’t algemeen. || Me Kloris zel zo meteen wel kommen. – De uitdr. is ontleend aan het bekende blijspel Kloris en Roosje, en ook elders (althans te Haarlem) bekend.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kloris , kloris , zelfstandig naamwoord de , Vrijer. | Komt je kloris veneivend nag. Vgl. Kloris en Roosje, het blijspel waaraan de naam Kloris is ontleend.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kloris , kloris , de , klorissen , sufferd Wat is dat een kloris, die kuj nargens bie broeken (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kloris , kloris , sul, deugniet.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kloris , klores , 1. goeie sul; 2. sukkel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kloris , kloeëres , zelfstandig naamwoord , kloeëresse , sukkel, sufferd
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kloris , klôoris , Klooores, Kloris , zelfstandig naamwoord , man, vrijer; De Wijs – Zal ik veur jou is naor unne goeije kloris uitkèke [?] - Nè, veur men ginnen opgesolferde (13-07-1966); Laoter hè’k geheurd dè ons Nelleke meej de klorus waor ze toen verliefd op waar, tien meter verder tussen et riet ha geleegen. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007); Kloris; de eigennaam Kloris; figuurlijk: arme sukkel, sympathieke sufferd; WNT lemma KLORIS - Oorspronkelijk, bij de Ouden, een godinne- en vandaar een meisjesnaam (...) vervolgens is het als soortnaam gebezigd om , min of meer schertsend, den uitverkorene van een in het verband genoemd of bedoeld meisje aan te duiden. Dit gebruik vindt zijn oorsprong in de groote bekendheid van het ”kluchtspel met zang en dans” De Bruiloft van Kloris en Roosje, dat sedert de eerste helft der 18de eeuw in het begin van ieder jaar na de opvoering van Vondel's Gysbreght van Aemstel in den Amsterdamschen Schouwburg wordt vertoond; zie over dit, en andere zangspelen waarin een persoon Kloris optreedt, vooral TE WINKEL, Ontwikkelingsg.² 4, 520 volgg. Cees Robben – Zal ik vur jou is naor unne goeie kloris uitkèèke...? (19660819) [Een lieve, zorgzame man voor je zoeken?]; Cees Robben – Heiligen Isedoris/ Wil mij arme kloris/ Lekker laten p...../ Nu we u aan gaan roepen... (19740104); Cees Robben – [Kloris:] Moette we naa deeze kaant in... [zijn vrouw:] Nèè Kloris... geene kaant uit... (19800425)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal