elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koeienstront

koeienstront , koeiestront , zelfstandig naamwoord de , Koestront.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
koeienstront , kousjtrónjt , mannelijk , koedrek (het leggen van compressen met koemest was vroeger een veel gebruikte heelmethode bij zweren en negenogen).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
koeienstront , koestront , de , koemest Der is een beste laoge koustront opkommen en dat kuj an de vruchten wal zein (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
koeienstront , [uitwerpselen van een koe] , koestront , (zelfstandig naamwoord) , koeienstront.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
koeienstront , koestrónjtj , koeienstront; koestrunj – koeienvlaaien
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
koeienstront , koeiestront , spinazie
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal