elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kompel

kompel , kómpel , mannelijk , kómpele , vriend (mijnwerkerstaal).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kompel , kompel , de , kompels , (Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied) = kameraad Hai komt er ok weer an mit zien kompels (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kompel , koompel , zelfstandig naamwoord mannelijk , koompels , - , mijnwerker , koompel (du. 'Kumpel'); kameraad koompel
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kompel , kómpel , zelfstandig naamwoord , kómpels , kumpelke , kameraad-mijnwerker, kompaan (Duits: Kumpel)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal