elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: konijnenkeutel

konijnenkeutel , kniêndekeutel , m , konijnenkeutel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
konijnenkeutel , knienenköttel , konijnenkeutel.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
konijnenkeutel , knienenkeutel , knienekeutel, knienkeutel , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook knienekeutel (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe), knienkeutel (Midden-Drenthe) = konijnenkeutel Hij hef een harte as een knienekeutel is bang (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
konijnenkeutel , [uitwerpselen van een konijn] , knieneköttel , (zelfstandig naamwoord) , konijnenkeutel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
konijnenkeutel , knienskäötel , zelfstandig naamwoord , knienskäötele , knienskäötelke , konijnenkeutel
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal