elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: konijnenkooi

konijnenkooi , knienekauwe , de , (Zuidwest-Drenthe) = konijnenhok De knienekauwe ofmessen schoonmaken (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
konijnenkooi , knienskoeëj , zelfstandig naamwoord , knienskoeëje , knienskuëtje , konijnenkooi, konijnenhok
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
konijnenkooi , knèènekôoj , zelfstandig naamwoord , ook: knènskôoj; konijnenkooi; Frans Verbunt: de Tiest ha zen knènskooj geïezoleerd meej dubbelt gaos
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal