elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: koperen

koperen , koperen , (bijvoeglijk naamwoord) , Koperen tonen. Zie op toon.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
koperen , kopern , bijvoeglijk naamwoord , Voor var. z. koper I = van koper Keupern pullen koperen melkbussen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
koperen , keuperen , keupen , (Kampen) koperen. Ook: keupen (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
koperen , keuperen , bijvoeglijk naamwoord , van koper
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
koperen , koëper , bijvoeglijk naamwoord , - , - , koper , Zw: 'nne koëpere kop: iemand met rood haar.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
koperen , köpperen , (bijvoeglijk naamwoord) , koperen, gemaakt van koper. Köpperen brulfte.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
koperen , kóppere , koperen , Kóppere kittel. Koperen ketel.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
koperen , koeapere , koperen , Es se twelf-en-ein-half jaor getrouwdj bès, hèls se koeapere broelof.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
koperen , koeëpere , koperen, van koper
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal