elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kopzak

kopzak , kopzak , voorzak ván ’t paerd.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
kopzak , kópzak , haverzak die men een ingespannen paard omhangt om het te laten eten.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
kopzak , [voerzak] , kopzak , (mannelijk) , voerzak voor het paard
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kopzak , kopzak , zelfstandig naamwoord , kopzek , kopzekske , een jute zak, gevuld met haver en stukken roggebrood, die eertijds voor de mond van het paard werd gebonden als de werkers op het land pauzeerden
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kopzak , kopzak , zelfstandig naamwoord, mannelijk , kopzek , kopzekske , haverzak voor paard
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal