elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kortzaag

kortzaag , kiötzääge , vrouwelijk , kortzaag
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kortzaag , kortzaech , vrouwelijk , kortzaege , kortzaechske , kortzaag.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kortzaag , kórtzaach , trekzaag.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
kortzaag , kotzaege , lange zaag met aan beide kanten een handvat, m.n. om bomen om te zagen. Lengte 1,5 á 2 meter.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kortzaag , körtzage , de , kortzaag De tummerman giet het holt ofkörten mit de körtzage (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kortzaag , kortzèg , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , kortzège , - , trekzaag , VB: 'n kortzèg ês 'n lang zèg mêt twie haandvatte dy gebruk wörd vuur bûim ién de lengde doer te zège.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kortzaag , [kortzaag ] , kortzaeg , (vrouwelijk) , kortzaag, zaag om boomstammen mee klein te zagen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kortzaag , kórtzaeg , zelfstandig naamwoord , kórtzaege , kórtzaegske , 1. lange zaag zonder raam en met een handvat aan elk einde, om bomen in stukken te zagen 2. cirkelzaag voor het dwars afzagen van hout
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal